#Beatstad!

August 30, 2009 | categorie: Keane, gig, music | 6 reacties

Beatstad dus. Ein-de-lijk was het dan zover: ik zou Keane weer gaan zien! Al maanden keek ik ernaar uit. Al mijn spullen van tevoren in gepakt, en wat vergeet je mee te nemen? Juist ja, je kaartje!
Lichte paniek bij ondergetekende, want hóe ga je je kaartje nog halen als je al bijna in Utrecht bent? Uiteindelijk werd de oplossing gevonden: een andere Keane-fan had een kaartje over, dus hoefde ik niet meer terug. Wat een opluchting. ^^

Om twee uur kwamen we aan op het Malieveld. Eerste indruk was hoe ontzettend groot het Malieveld is. Echt, ik had het een stuk kleiner verwacht. Helaas zouden de hekken pas om 4 uur (!) opengaan, dus eerst even lekker in het zonnetje zitten. Want ja, ondanks dat de weervoorspellingen voor die dag verschrikkelijk waren, heeft het niet een keer geregend. Met het zonnetje in de rug viel het wachten ook wel weer mee. Eindelijk gingen dan de hekken open en konden we naar binnen stormen! Het wachten werd vrij goed beloond: ik wist een plekje op de tweede rij te bemachtigen.

Helaas was er wel een minpunt aan verbonden: van 5 tot 10 zou ik dus Nederlandse acts moeten aanhoren. Rigby had de eer om het festival te openen.
Zanger Christon heeft in elk geval één ding bewezen: je kan je nog zo volgens de ‘pop/rock’ kleding code kleden en in elk nummer een grote uithaal doen, dat maakt je band er nog niet beter op.
Met een wit t-shirt met lichte v-hals, zwarte skinny, een paar All Stars eronder en om het af te maken nog een grote zonnebril kwam hij het podium opgelopen. Heeft hij soms te veel naar the Kooks’ Luke Pritchard gekeken? Rigby had een vrij goede set, de band speelde strak. Een ding wat ik echter niet kon waarderen waren de soms ronduit lullige teksten.

All I need is one song one line
all I need is one break to survive
All I get is one chance, so come on
Five more hours to come up with a song

Dat soort werk. Niet echt mijn ding. Maar goed, de muziek was wel oké. Ben benieuwd wat ze er als huisband van DWDD van gaan maken dit jaar…

Daarna was het tijd voor Miss Montreal. Die uit de Slankie reclame, weet je nog? Dit was onverwacht eigenlijk heel leuk. Ondanks dat Sanne heel ziek was, zag ze er ‘best goed uit voor iemand die telkens in de coulissen staat te kotsen?’ en ook de muziek klonk goed. De band speelde goed, de liedjes waren leuk en Sanne heeft een goed gevoel voor humor. Het zonnetje paste goed bij de sfeer van haar liedjes. Miss Montreal is precies zoals een festival-act hoort te zijn: gezellig, neemt zichzelf niet al te serieus, spontaan en je kan er goed mee meezingen.

De volgende die het Malieveld mocht gaan overtuigen was Alain Clark. Met zijn zoete pop/funk/r&b wist hij er al gauw een feestje van te maken. Mr. Clark had er zichtbaar plezier in, en ook het publiek vond het leuk. En toen eenmaal senior Clark het podium opkwam om ‘Father & Friend’ mee te zingen, ging het publiek helemaal ‘los’. Ook beide Clarkjes waren blij om samen op dat podium te staan. Het werd geen saai optreden: er was veel ruimte voor improvisatie wat een interessante versie van ‘Blow Me Away’ opleverde. Het was niet alleen Alain Clark die hier stond, ook de band kreeg ruim genoeg aandacht.

Hierna kwam een act waar ik niet zo van genoten heb, om het maar even zachtjes uit te drukken: Stereo. Ik kan horen dat de bandleden allemaal hun kunstje goed kennen, maar dat is nou juist het probleem. Het is een kunstje. Het is rock van ‘Arrrr, kijk ons een rock zijn!’ Liefst met tong uitsteken. De zangeres probeert te krampachtig sexy/Alison Mosshart van the Kills te zijn, wat na een nummer of 2 toch al snel gaat irriteren. Helaas, kan ik deze Stereo ook uitzetten?

Degene die eigenlijk de taak van support-act van Keane op zich kreeg was VanVelzen. Eigenlijk kende ik alleen een handvol singles van hem, maar ook dit viel me weer honderd procent mee. Het was gewoon gezellige muziek, al was het voor mij wel een beetje te lang (een uur), aangezien ik al zó lang wachtte op Keane. Dat had niets met VanVelzen te maken: hij had er plezier in en hij speelde een goede setlist. Memorabel moment was wel het ‘dansje’ op ‘Baby Get Higher’, wat we moesten uitbeelden á la de Lama’s, wat gewoon ontzettend gênant maar ook grappig was.

Inmiddels was het al hartstikke donker geworden, wat een goed teken was: bijna tijd voor Keane! Mijn benen begonnen al aardig moe te worden, maar gelukkig kwamen dan 10 minuten later dan gepland de mannen van Keane het podium op gelopen en ik vergat spontaan mijn zere benen.
Zoals verwacht starten ze met het nummer ‘The Lovers Are Losing‘. Opvallend was dat ze net zoveel nummers van het eerste album speelden (Hopes & Fears) als van het laatste, derde album: Perfect Symmetry, terwijl Under The Iron Sea er vanaf kwam met slechts 3 nummers. Maar het optreden was geweldig. Had ook eigenlijk niet anders verwacht hoor. Het was niet een voorspelbare festival set die ze speelden, maar er zaten genoeg verassingen in. ‘Your Eyes Open‘ werd bijvoorbeeld akoestisch gespeeld door Tom alleen, dat was echt super mooi. Ook de ballad ‘You Don’t See Me‘ was een welkome afwisseling. Maar de grote verassing voor het publiek was toch wel de cover van Queen’s ‘Under Pressure‘.
Mijn favoriet deze avond was denk ik toch wel ‘We Might As Well Be Strangers‘, ik had dat nummer pas twee keer eerder live gehoord en ik kreeg ook echt kippenvel. Ook ‘Perfect Symmetry‘ en ‘Again and Again‘ vond ik fantastisch.
Keane was weer eens in topvorm, en zoals altijd waren ze weer hartstikke enthousiast. Ze hadden het volgens mij hartstikke naar hun zin daar op het podium. Toen Tom dan ook zei dat ze wel de hele nacht voor ons door wilden spelen, kwam er maar een vraag bij mij op. Waarom niet?

Alain Clark @ Beatstad Tom Chaplin @ Beatstad Tom Chaplin @ Beatstad Tom Chaplin @ Beatstad Tom Chaplin @ Beatstad Tom Chaplin @ Beatstad Tim Rice-Oxley @ Beatstad Tim Rice-Oxley @ Beatstad Tim Rice-Oxley @ Beatstad

6 reacties

#In the Gardens of the North

August 27, 2009 | categorie: Sleeping States, music | geen reacties

Vorige week vrijdag was ik weer eens in mijn favoriete platenzaak. Want ja, het voelt alsof ik een van de weinige jongeren ben die nog daadwerkelijk cd’s kóópt i.p.v. ze download. Enniewee, mijn favo platenzaak dus. Ik was daar dus, en keek welke cd ik weer eens zou kopen. Het was immers weekend, en ik had me verheugd op de nieuwe Brendan Benson, maar die was niet binnengekomen dus besloot ik dan maar een andere te kopen. Stomme Brendan. Opeens werd een andere cd opgezet. Eentje die meteen mijn aandacht trok, en al na het eerste nummer vroeg ik welke band dit was. ‘Sleeping States, net vandaag binnengekregen.’ Het was het enige exemplaar dat ze hadden besteld, want ze wisten niet of er enige interesse in was.
Afijn, een kleine 10 minuten later liep ik met mijn nieuwe aanwinst de winkel uit.

Vrijdagavond, in de auto op weg naar de camping. Ken je dat gevoel dat sommige muziek alleen maar met je ogen dicht beluisterd kan worden? Om de muziek écht tot je door te laten dringen. Totdat je de bas tot in je tenen voelt, de gitaarriffjes je meeslepen en je je niet meer bewust bent van tijd en plaats? Dat had ik bij het album ‘In the Gardens of the North‘ van Sleeping States.

Sleeping States is de schuilnaam van de singer-songwriter Markland Starkie. Vrijwel alle instrumenten zijn dan ook op dit album door hem bespeeld. Het album klonk gelijk al goed die eerste keer in de platenzaak, en de tweede keer in de auto klonk het nóg weer beter. Het was echter pas toen ik in een hangmat lag, te staren naar de lucht en de wolken terwijl ik luisterde dat ik dit album pas echt begreep. Het is een album om bij na te denken. Het bouwt langzaam op. ‘Rings of Saturn’ werkt al meteen aan het opbouwen van een soort spanning die wordt versterkt door het intro: alleen stem en bas.

De beste vergelijking die ik kan bedenken is dat dit album klink alsof het is opgenomen door een 28-jarige man, in een schommelstoel met gitaar op schoot, in dat oude verlaten huis waar je nooit iemand naar binnen ziet gaan of uit ziet komen. Dat huis wat er vervallen uitziet, waar de verf vanaf bladdert en het hout gaten begint te vertonen. In dát huis, dat oude grote landgoed, is dit opgenomen. Moet wel. Hoe mooi de nummers ook klinken, er zit altijd een klein addertje onder het gras lijkt het wel. Er zit altijd een soort spanning in de nummers waardoor je je afvraagt wanneer het addertje eronder vandaan zal kruipen. Wanneer de geest uit de fles komt.
‘The Next Village’ is simpelweg betoverend. Kalm, maar rijk aan melodie.

Misschien is ook een goede om te vertellen dat deze beste man sinds kort zit aangesloten bij hetzelfde label als Fleet Foxes, die band die ik zo geweldig vind. Zij hebben diezelfde soort intimiteit in hun nummers. Desalniettemin hebben zij hun weg naar het publiek gevonden. Ik hoop voor deze Markland Starkie, Sleeping States, dat dit ook voor hem in het verschiet ligt.

Dit nummer is het prachtige ‘Gardens of the South’.

no comments!

#My Old, Familiar Friend

August 25, 2009 | categorie: brendan benson, music | 3 reacties

Waar beter mee te beginnen dan de man voor te stellen die op mijn layout prijkt?

Deze man is Brendan Benson en deze man is, zoals ik laatst ergens las, ‘criminally underrated’. Ik hoor u al denken, ‘Brendan wíe?’. Brendan Benson dus. Jack White, gaat er al een belletje rinkelen? Jack White van the White Stripes? Seven Nation Army weet je wel.

Op een mooie dag zat mister Brendan Benson in zijn huis in Nashville met een gitaar op zijn schoot. Hij werkte aan een nummer waar hij maar niet verder mee kwam. Toeval wil dat een goede vriend van hem besloot langs te komen dat moment. Die vriend was Jack White.
Van het een kwam het ander (niet op díe manier) en ze besloten samen een band te vormen met Jack Lawrence en Patrick Keeler: The Raconteurs.

Deze band zorgde voor de grote doorbraak voor singer/songwriter Brendan Benson. Hij had al drie solo-albums uitgebracht, die geliefd waren onder critici en muziekliefhebbers. Maar voor velen was hij nog onbekend. Na twee uitstekende albums gemaakt te hebben als lid van the Raconteurs, was het tijd voor Brendan om weer aan een nieuw solo-album te gaan werken. En dan nu eindelijk is het zoveer: ‘My Old, Familiar Friend’ heeft het licht gezien!

Net als de andere solo-platen die mr. Benson op zijn naam heeft staan, is dit weer een klein meesterwerk. De poppy nummers met stekelig randje zijn weer catchy als altijd, en van hoge kwaliteit muzikaal gezien. Echter, met dit album heeft Brendan meer dan ooit zijn eigen grenzen verlegd. Eerste song ‘A Whole Lot Better’ klinkt behoorlijk rock-achtig, zonder te heftig te worden, terwijl ‘Garbage Day’ doet denken aan vroegere Motown, en ook een typisch singer-songwriter nummer is erop te vinden, ‘Lesson Learned’. Variatie genoeg dus.

Een van de dingen waarom ik Brendan zo waardeer is vanwege zijn goede teksten. Altijd origineel, soms zelf licht sarcastisch of ronduit eerlijk en gevoelig, zonder zoet te worden. Onschuldige liefdesliedjes zijn schaars in zijn repertoire. Daarom zijn zijn nummers echter niet minder ‘lief’, op de een of andere manier.

Dit album ‘My Old, Familiar Friend’ zou wel eens mijn favoriete Brendan album kunnen worden. Aanraders zijn ‘Garbage Day’, ‘Feel Like Taking You Home’, ‘Eyes On The Horizon’ en de ballad ‘You Make A Fool Out Of Me’. ;)
Het filmpje hieronder is echter een recht-toe-recht-aan-pop/rock nummer: ‘A Whole Lot Better’.

3 reacties

« Previous Page